Acteur gevraagd geilwijf

.

Spuitende homo zuigen aan penis




.

Jouw gepraat mag het geluid van de acteurs namelijk niet overstemmen Nieuw traineeship voor Financial Services gaat sta Klantgerichte trainingen uitgevoerd met acteurs zo realistisch mogelijk te oefenen; Wat ga jij doen? Film- en Video Producer Wannahaves - Amsterdam Tevens regel je acteurs en zie je direct welke props en locaties het beste passen om het gewenste resultaat te bereiken Toon alle vacatures voor Wannahaves - Vacatures in Amsterdam. Culturele Vacatures - 15 dagen geleden - vacature opslaan - meer Toon alle vacatures voor Critical Mass - Vacatures in Utrecht.

The Amsterdam Dungeon — Acteur Stage. Met vijf acteurs maakt Eline Arbo een muzikale voorstelling over de maatschappelijke structuren die Culturele Vacatures - 8 dagen geleden - vacature opslaan - meer Speech Republic Coach Speech Republic - Amsterdam Heb je bijvoorbeeld een achtergrond als journalist, psycholoog, scenarioschrijver, directeur, consultant, acteur of in de advocatuur én zoek je een compleet Toon alle vacatures voor Speech Republic - Vacatures in Amsterdam.

Zoek jij een baan waarin je een bijdrage kan leveren aan onze trainingen door een slachtoffer in de Toon alle vacatures voor Traumalotus - Vacatures in Eemnes. Binnen Center Parcs Zandvoort zijn we altijd op zoek naar studenten en scholieren die naast hun studie willen bijverdienen! We zoeken acteurs die minimaal 5 a 10 uur per week willen werken.

Medewerker Entertainment Acteur Center Parcs Zandvoort - 3 reviews - Zandvoort Je schakelt gemakkelijk in de rol van acteur entertainer. Bij Maas werken circa 35 medewerkers 28 fte in vaste dienst, naast een grote groep makers, acteurs , ontwerpers, docenten en voorstellings-gerelateerde Culturele Vacatures - 23 dagen geleden - vacature opslaan - meer Toon alle vacatures voor Maas theater en dans - Vacatures in Rotterdam.

Het bezoek bestaat voornamelijk uit YoungCapital - 60 reviews - Schiphol Gesponsord - 2 dagen geleden - vacature opslaan. Stuur mij ook een e-mail met voor mij aanbevolen vacatures. Voor vacatures in Frankrijk ga je naar Indeed Frankrijk.

De woede van Achilles, de diplomatie van Agamemnon en de verwarring bij Odysseus werd hier buitengewoon spannend neergezet. Misschien was het wel een voorstelling met twee gezichten. Enerzijds de klassieke kant, de psychologisering, de tragiek van de held, de ontwikkeling en bovenal het tijdloze, de zoektocht, de eeuwige thema's. Anderzijds het amusement, het platte vermaak, de verwijzing naar het hedendaagse oppergod Zeus verkleed als Pavarotti inclusief het witte zakdoekje; de verwijzing naar John de Mols Gouden Kooi; op een gegeven moment begon ik in Poseidon Jan Wolkers te zien.

Ik heb geen problemen met deze laatste kant — in zo'n marathonvoorstelling kan de snaar niet voortdurend gespannen zijn —, maar als de knipogen te vet worden en teveel leuk willen zijn, dan gaat dat storen.

Gelukkig werd mijn beginnende irritatie elke keer ruimschoots overspoeld door een volgende prachtige scène. Ondanks alle kanttekeningen die ik kan maken, heb ik me geen moment verveeld.

En nog vraag ik me af in hoeverre hier een spel werd gespeeld met het publiek en met de Odysseus. Ging het eigenlijk wel om Odysseus, was die oude tekst niet slechts aanleiding? Ging het hier niet om het plezier van het theater maken? Geacht publiek, het is maar toneel! Tijdens het slotapplaus zag ik de acteurs lachen als kwajongens. Alsof hun toneelvoorstelling elke keer weer een gemeenschappelijk feest is. De laatste kilometers door de miezerige regen, bijna thuis.

Nee, het was geen cadeau wat ik in een boekenkast kan zetten, het was een tijdelijk cadeau. Maar ik zal het nog vele malen uit mijn geheugen trekken, herkauwen, nagenieten. Misschien moet ik Homerus eens gaan lezen! Ik parkeer de auto achter het huis, loop over het tuinpad naar de achterdeur. In de keuken kijk ik even naar het messenset Nee, gelukkig hoef ik op mijn weg naar mijn wachtende Penelope geen tientallen vrijers om te brengen, nee, zelfs geen één.

Het was nagenoeg een apocalyptische boodschap gedaan door wetenschappers. Al langer graaft de mens tunnels om kleine aan het oog onttrokken deeltjes rond te laten snellen, ze op elkaar te laten botsen. Als op een kermis. En dan kijken wat er gebeurt. Steeds langere tunnels, steeds kleinere deeltjes, sommige wetenschappers werden er nerveus van, er zou wel een alles verslindend zwart gat kunnen ontstaan. Terug naar de baarmoeder van moeder aarde.

Dit in een wereld die drijft op economische dynamiek, waar mensen steeds sneller communiceren, waar de mens steeds sneller informatie tot zijn beschikking heeft maar steeds minder weet , steeds sneller spreekt en steeds minder zegt , steeds sneller beweegt en steeds vaker nergens aankomt , waar zelfs het imago steeds sneller wil zijn. Vorwärts, vorwärts, marsch, marsch, ein, zwei! De wereld als een zwarte afgrond waar alle licht van de verbeelding, de rust en de stilte, aandacht en geduld, in lijkt te worden opgeslokt.

Waar is de tijd voor ontstaan, voor rijping, voor reflectie over en het verlangen naar dat ene achter de horizon? Leef ik in een randwereld waar stilstand en denken al als een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid kan gelden? In een wereld die zichzelf te pletter consumeert? Verkwist uw tijd, laaf u aan ledigheid! Gebruik uw tijd eens niet optimaal, verveelt u! Zorg dat u zich niet oppervlakkig vermaakt, consumeer nu eens niet, ga gewoon zitten en wees alleen met uzelf, alleen uzelf, en zet uw zintuigen open!

Daarmee zou u de wereld wel eens kunnen redden. Het principe van het traditionele dagrooster was in wezen negatief: Het was verboden de tijd te verkwisten die door God was toegemeten en door mensen werd betaald; het rooster moest het gevaar bezweren van de tijdverspilling, die economisch als laakbaar en moreel verwerpelijk werd beschouwd.

De discipline daarentegen richt een positieve economie in. Ze gaat uit van het principe van een theoretisch al maar groeiend gebruik van de tijd: Het gaat erom steeds meer beschikbare momenten aan de tijd te onttrekken, en uit deze momenten steeds meer bruikbare krachten te putten.

Dit betekent dat iedere fractie van een moment zo intensief mogelijk gebruikt moet worden — alsof men door opsplitsing de tijd onuitputtelijk zou kunnen maken; of althans door een steeds gedetailleerdere interne inrichting van de tijd een ideaal punt zou benaderen waar de maximale snelheid samenvalt met de optimale effectiviteit. Het is niet goed, maar ik moet iets! Daarom kom ik steeds weer terug, om te kijken, te genieten van het uitzicht.

Het is mijn plekje, al bestaat het niet, geen presenteerblad kan het dragen. De onveranderlijkheid is zorgwekkend, er moet iets veranderen! Het maakt niet uit wat, wie weet komt er iets zinvols. Wie de ruimte inkijkt en weet dat ruimte tijd wordt, die weet hoe de blik naar binnen werkt. Sporen van licht uit een ver verleden, vage contouren van gebeurtenissen en mensen komen boven. Uit de spaarzame gegevens probeer ik te verklaren, hoe de melkwegstelsels, de parallelle universums in mijn geheugen ontstaan zijn.

Zo is schrijven spoorzoeken geworden, sporen die terug leiden naar de Grote Knal. Wat is er voorbij de grens? Waar ben ik voorbij de grens? Wat de schotels der wetenschap ook opvangen, er bestaat geen radarbeeld van die grote stilte, de stilte van afwezigheid.

Daar zijn geen sporen, zelfs geen zwarte gaten. Zou een deeltjesvertrager doen samenklonteren, de gaten verlichten, zodat de sporen beelden worden, terug in de tijd? Moeten we dan vertragen voorbij de stilstand?

Het is niet goed, maar ik moest iets. Nu ga ik zitten en kijk naar wat voorbij drijft. Ik herinner me het nog goed. Ik woonde nog thuis toen thuis bij mijn ouders was. Middelbare scholier was ik nog. De geluidsboxen in de vensterbank op mijn kamer en ik ging altijd precies in het midden zitten voor het mooiste stereo. Licht uit, ogen dicht, luisteren.

Ik herinner me nog goed de avonden dat ik er niet uit kwam: Martha Argerich, de pianiste op wie ik verliefd kon worden, of Ivo Pogorelich, de ster op wie vele meisjes verliefd konden worden. Wie van hen speelde Gaspard de la Nuit nu het mooiste? Argerich was romantischer, dromeriger, donkerder, vuriger, zoals zij de riedels vanuit het lage register opwaarts speelde was sprookjesachtig, subliem.

Maar dan Pogorelich, wat een techniek, wat een helderheid, wat een beheersing, hij laat details horen die Argerich laat liggen. Avond aan avond beluisterde ik de lp's van de bieb, ik kon geen keuze maken. Het maakte niet uit, het was een feest om steeds weer te luisteren naar deze twee muzikale grootheden.

Terwijl ik eigenlijk mijn repetitie Frans had moeten leren Uiteindelijk kocht ik de uitvoering van Argerich van mijn zakgeld, misschien was die lp eenvoudigweg goedkoper. Of vond ik haar foto mooier op de hoes. Wat is er van Pogorelich geworden? Een aantal jaren kwam ik hem ergens tegen in een periodiek.

Na jarenlange afwezigheid zou hij z'n comeback maken, maar ik krijg de indruk dat daar niet zoveel van gekomen is. Onlangs kwam ik dan op YouTube een filmpje tegen. Een leeg podium met alleen een vleugel, een donkere figuur komt uit de coulissen, neemt plaats achter de vleugel en speelt.

Daar ga ik, terug naar de catacomben van mijn muzikaal geheugen. Pogorelich, wat een pianist! Het eerste akkoord krijgt iets van een startschot als ik hoor hoe de hobo's ervandoor gaan. Maar ook de strijkers zijn op pad onder de rollebollende hobo's. Ik heb vaak medelijden met die hoboïsten: Dan zet het koor in, een solistisch bezet koor, met een akkoord waaruit de sopraan zich losmaakt. Herr, deine Augen sehen nach dem Glauben! De sopraan is bij Bach vaak het archetype van de kinderlijke, naieve gelovige.

Niet vreemd als men bedenkt dat de sopraanpartij in zijn tijd door een jongetje werd gezongen. Mooi de opgaande lijn van sehen nach , de blik omhoog, gedachten aan schilderijen van madonna's die met gevouwen handen de blik hemelwaarts richten. Het staccato op Du schlägest sie wijst al vooruit op wat komt, een fugatische passage, waar de solisten het staccato alterneren met de hobo's.

Zouden de hoboïsten zich aangesproken voelen door het du plagest sie, aber sie bessern sich nicht? Het 'slaan' in deze passage tussen de verschillende stemmen doet denken aan de oude middeleeuwse hoketus-techniek. De muziek gaat even terug naar het begin om af te ronden.

Voordat we naar een nieuw gedeelte gaan, horen we nog van alle kanten boven een orgelpunt om Herr geroepen worden. Dan verandert de sfeer. Sie haben ein härter Angesicht denn ein Fels und wollen sich nicht bekehren zingt de bas.

Het härter hoeft bijna niet muzikaal uitgedrukt te worden, het Duits doet dat als vanzelf. Toch is de sfeer ineens donkerder, de hoge instrumenten zwijgen even, de hoboïsten mogen aan de zuurstof, we staan onder aan de berg. Geweldig hoe Bach de spanning van de leidtoon op Fels gebruikt om als het ware over de top de vallen. In de muzikale structuur wordt eveneens een berg beklommen.

De fugatische inzetten gaan van laag naar hoog: Wanneer we weer beneden zijn, zijn we weer terug bij af. Natuurlijk krijgt het slotakkoord op Glauben een ietwat onverwachte grote terts, de sombere kleine terts zou ongepast zijn.

Du schlägest sie, aber sie fühlen's nicht; du plagest sie, aber sie bessern sich nicht. Sie haben ein härter Angesicht denn ein Fels und wollen sich nicht bekehren.

Als het licht wordt, word ik wakker. Zoals altijd draai ik mij dan om om het koffiezetapparaat op de koelkast aan te doen. Dan trek ik laken en deken aan de kant om mijn voeten buiten boord te hangen. Ik neem het pakje Samson om een sjekkie te draaien.

Terwijl ik de sensatie van het eerste trekje van de dag door mij heen laat gaan, besef ik dat het zondagochtend is. Het geluid van kerkklokken vermengt zich met het gorgelen van het koffiezetapparaat. Dankzij de geluiden hangt er een stilte in de ruimte, een verwachtingsvolle stilte. Ik kijk naar mijn studieboeken, ik weet dat ik vandaag aan het werk moet en ik weet dat ik het niet zal doen. Straks komt Reiziger en er is nog een brief aan Haar te schrijven. En boeken die gelezen moeten worden.

Ik zit op de rand van mijn bed en er is een dag tot mijn beschikking, een lange dag, helemaal alleen, zeeën van tijd.

Ik zal iets doen, maar niets in het licht van de eeuwigheid. De balkondeur open om frisse lucht binnen te laten. De lucht is vochtig, de bomen laten druppels vallen. Er is niemand buiten. De muziek van Bach troost me tijdens het maken van mijn ontbijt.

Brich dem Hungrigen dein Brot. Ik lees haar brief nog eens, geniet van het mooie handschrift, haar vrolijke en milde blik op de mensen. Dat het allemaal wel goed komt met mij, ooit. Vanavond zal ik dat beamen, dan zal ik haar weer schrijven en de illusie in stand houden.

Ik kijk naar mijn spiegelbeeld in het raam en vraag me af hoe mijn leven zal zijn als ik dertig ben, of veertig. Ik neem nog een laatste slok koffie, draai mijn volgende sjekkie. Wanneer het bed is opgemaakt, pak ik een boek en ga lezen, de hele dag. De laatste tijd het gevoel vast te zitten, niet weten wat te schrijven. Ik wil schrijven het is moeillijk om mij te zijn , maar dat is te pathetisch, ik wil mijn lezers deze kitscherige somberheid niet aandoen.

Bovendien weet ik dat zo'n momentopname tot verkeerde gevolgtrekkingen kan leiden. Toen was daar het gedicht van Rodaan Al Galidi en er kwam een barst in het wolkendek. Ik had weer iets dat gedeeld moet worden. Ziedaar, een hoopje sprank. Bestaan Zoals het vliegen druppelt van gebroken vleugels valt blauwe stilte op steen.

Mijn binnenkant is voortaan de enige plek waar ik reis. Ik ben de rijstvelden vergeten, de dadelpalmen, de gewonde zwanen door witte mist omgeven.

Op het paard van mijn portemonnee kwam ik hier aan. Mijn hart is mijn bankpasje, de zon, de maan en haar ogen mijn pincode. En nu ben ik hier, in het koninkrijk van vallende wateren en opstijgende ambtenaren als een kwartiertje vertraging in de regen. Mijn vertrek is mijn enige bestaan. Ik moet gaan, naar het Zuiden als deze stilte het Noorden, naar het Noorden als deze stilte het Zuiden is.

In schreef ik over mijn ontmoeting met P. Misschien was onze eenzaamheid de basis geweest en toen deze eenzaamheid verdween, was de basis weg.

Ik vond een vriendin, ik werd echtgenoot en vader. Toen ik twee maanden geleden verhuisde naar B. Dus ging ik langs om P. Het werd een ontspannen weerzien, maar de magie van weleer is eruit. Tijdens ons gesprek kwamen we wel achter iets anders, dat een vreemd toeval is en wellicht een gevolg van mijn verhuizing. Zo vind ik het na al die jaren wel zeer eigenaardig dat mijn oudste zoon en zijn oudste zoon nu 's ochtends samen naar dezelfde middelbare school fietsen.

En dat ze in dezelfde klas zitten. Dat hadden we eenentwintig jaar geleden nooit kunnen bedenken. Zelden zo'n enthousiaste zomergast gezien. Hoewel Annemarie Prins in het begin van de uitzending bang was voor het Jannes-van-der-Wal-effect , bleek ze in de loop van de uitzending een niet te stuiten vertelster.

De woorden buitelden overelkaar heen. Was zij met het ene verhaal bezig, in haar hoofd diende zich het volgende aan en zo werd het een prachtige brei van allerlei lijntjes. Ze wilde teveel vertellen en zoals ze het een paar keer met haar handen op de tafel liet zien: Erg coherent wilde het niet worden, maar ik maalde er niet om. Bas Heijne zat zichtbaar te genieten - en ik met hem - van zoveel bevlogenheid en probeerde hier en daar iets van een rode draad boven water te houden.

Bas Heijne mag na deze avond definitief blijven. Het is aanstekelijk, die energie, en de avond was dan ook zo voorbij. Prachtige ontroerende fragmenten had Annemarie Prins uitgezocht. Ik deel haar belangstelling voor grensgevallen, de mensen die uit de veilige cirkel treden en zich aan de rand ophouden. Eigenlijk ging het over Annemarie Prins zelf, zij is zelf ook iemand die het veilige midden ontloopt. Dat ze daarbij ook een donkere kant heeft, werd me na het fragment met de Vietnamveteraan duidelijk.

Deze veteraan vertelde hoe het doden van mensen een lust werd. Volgens Prins rust er een taboe op het getuigen hierover en alhoewel Prins zegt geen programma of doel te hebben met haar theater, maakt zij geen theater om louter ontspannen achterover te leunen.

Zij sublimeert haar geschiedenis tot een toneelvoorstelling en zegt daarvan te genieten en precies daar begon het bij mij te jeuken. Want waar houdt het lijden in de biografie van de kunstenaar op een bron van creativiteit te zijn en waar begint het ongemakkelijk exhibitionisme te worden?

Niet dat Prins geniet van andermans leed, maar eigen leed op het podium brengen, je eigen zelfmoord spelen met de zelfmoord van de eigen moeder in gedachten en dan zeggen dat je ervan geniet om zoiets te maken, dat is huiveringwekkend en - ik aarzel om het zo onvriendelijk op te schrijven, maar ik ervaar het wel zo - ziekelijk. Indrukwekkend is dan weer hoeveel moeite ze doet om in Cambodja noodzakelijk werk te verzetten om de mensen daar te helpen hun eigen taboes te doorbreken.

Nee, ik twijfel niet aan de integriteit van Prins, maar haar plezier en genot heeft een zeer ongemakkelijke kant. En precies dit ongemak maakte dat ik deze zomergastenavond ongekend boeiend vond en niet licht zal vergeten. Het eloquente spreken van Tahir vond ik mooi, het masochistische narcisme van Holkenborg zielig, maar Annemarie Prins wist te raken, te wroeten en te ontroeren.

Zo wil ik het vaker! Terwijl ik de trein instapte vanochtend, bedacht ik me dat mijn broer vandaag jarig is. Hoe lang is het geleden dat we elkaar gezien of gesproken hebben? We sturen kaarten met Kerst, bij geboorte en verhuizing, maar verder blijf ik op de hoogte via mijn zus en mijn ouders.

We hebben geen conflict, we hebben geen ruzie, maar onze werelden zijn zo verschillend dat communicatie een doodlopende steeg blijkt. Wanneer is de laatste keer geweest dat mijn broer belangstelling had voor mij, voor wat mij bezig houdt, het werk dat ik doe, de kinderen die ik heb?

Ik kan het me niet eens herinneren! Ik zou hem kunnen bellen om hem te feliciteren, maar ik vrees de teleurstelling. De wereld is van wie niet voelt. De essentiële voorwaarde om een praktisch mens te zijn, is het ontbreken van sensibilteit.

De voornaamste eigenschap in de praktijk van het leven is de eigenschap die leidt tot handelen, dat wil de zeggen, de wil. Nu zijn er twee dingen die het handelen belemmeren — de sensibiliteit en het analytisch denken, dat uiteindelijk niet meer is dan het denken met gevoel. Elk handelen is van nature de projectie van de persoonlijkheid op de buitenwereld, en daar de buitenwereld voor het grootste en belangrijkste deel bestaat uit menselijke wezens, volgt daaruit dat die projectie van onze persoonlijkheid in wezen het doorkruisen is van de weg van een ander, het hinderen, verwonden en vernietigen van de anderen, al naargelang onze handelwijze.

De trein naar Amsterdam wordt omgeleid, de wissels zijn gestoord. De trein zoeft door het Gooise matras en ik lees een verhaal over verval in een tijdschrift voor actuele literatuur over dystopie en apocalyps in de literatuur.

Een man wordt uitgezonden naar het Midwesten om voedsel te zoeken. Hij vindt er slechts uitgehongerde mensen die in hem de beloofde messias zien. Dat wordt hem uiteindelijk fataal. Als de trein het station binnen rijdt, weet mijn hoofdpersoon dat hij ter dood veroordeeld zal worden. De schrijver is Brian Evenson. Hij werd door de Mormoonse gemeeschap waar hij deel van uitmaakte uitgekotst om zijn literatuur. Zou Brian Evenson een jarige broer hebben? Wel heb ik een laatste verzoek.

Ik vraag u na mijn dood mijn lichaam in stukken te rijten en die aan mijn volgelingen te geven. Hoewel ik een ketter blijf, is het volgens mij de enige manier om een eind te maken aan mijn cultus. Laat hen die deel willen hebben aan mijn lichaam, nemen en eten, zodat ik de cirkel tenminste heb gesloten, mijn schedel wordt bijgezet op een stapel schedels in het Midwesten, en mijn leeggezogen gebeente verspreid over de vlakte om er te verbleken.

En als ik dan niet uit de dood verrijs, als ik niet voor hen in een wit kleed verschijn, geflankeerd door Finger, misschien komt er dan een eind aan dit alles.

En als ik wel verrijs en de windselen des doods afleg om het kleed der levenden in hernieuwde glorie te tonen? Laat dan duidelijk gezegd zijn dat het al te laat is voor u allen, want ik zal geen olijftak voeren, maar een zwaard.

Hij slaat met machtige arm , en als hij slaat, zult gij voorzeker sterven. In Amsterdam blijft de tram lang staan, terwijl trams die ik ook had kunnen nemen vertrekken. Het is zo'n dag, het is zo'n ochtend. Ik troost me met de gedachte dat al die extra reistijd ook extra leestijd is. Het laatste deel van de reis probeer ik vat te krijgen op Vouwplannen van Ruth Lasters.

Twintig minuten later dan gebruikelijk kom ik aan op mijn werk. Ik denk mijn broer is jarig, ik moet hem toch bellen vanavond, laat ik dat nou maar gewoon doen. Dat dacht ik vorig jaar ook. En volgend jaar zal ik het, wellicht, ook denken. Ik ben geen praktisch mens. Het waren niet zozeer de fragmenten die Naema Tahir ons liet zien die me gekluisterd hielden aan de televisie. Het ging haar ook niet om de schoonheid van de beelden, maar om de betekenis ervan.

Het was haar bedachtzame manier van spreken die me trof. Ze wilde precies formuleren en behield toch een aangenaam ritme in het gesprek. Ik mis dat in het debat in ons taalgebied. Beheerst en met emotie. Rationeel en met fantasie. Bij vlagen zeer welsprekend. Altijd zoeken naar de nuance, geen goedkope oplossingen voor complexe problemen. Schrik toen Bas Heijne refereerde aan een passage in één van haar boeken waarin ze fel zou uithalen.

Nee, het behouden van een milde blik op mensen en de wereld lijkt haar ideaal. Een humanistisch ideaal waarbij bewustzijn van verantwoordelijkheid voor eigen keuzen en voorkomendheid in het openbare verkeer belangrijk worden gevonden. Een zeldzaam geluid op televisie, waar grofheid, platheid, exploitatie van emoties geld in het laadje moeten brengen. Tahir betoonde zich in de Nederlandse taal on-Nederlands beschaafd. We moeten er maar aan wennen dat er steeds meer Nederlanders zijn met een buitenlandse afkomst die in onze taal een mooiere stijl hanteren.

Maar misschien past het in het plaatje: En toch aarzelde ik zo nu en dan. Was het allemaal niet te perfect? Welk spel speelde ze hier met Bas Heijne en de kijker? Werd ik hier niet op al te subtiele wijze ingepakt? Ik wilde haar graag geloven en ik heb de neiging om haar het voordeel van de twijfel te geven, omdat ik achter haar boodschap kan staan.

Maar, hoeveel toneel speelde Naema Tahir? Aan het einde van het gesprek meende ik even een tipje van de sluier te zien oplichten. Naar aanleiding van een fragment uit Tarzan kwam het gesprek op rolpatronen. Even zag ik daar de man weer als de sterke beschermer, galant jassen ophoudend en deuren openend, de man die mannelijk moet zijn en leiding geven. De gentleman als ideaalbeeld, ik word daar ogenblikkelijk recalcitrant van.

Gelukkig was de tijd op en bleef het een prachtige zomergastenavond. Er hangt een eigenaardige stilte op de gang. Ik vraag me af waar de bewoners zijn en of ik er nog één zal herkennen. Sommige deuren staan open, maar ik zie niemand binnen. Andere deuren blijven gesloten, geen geluid verraadt een mogelijke aanwezigheid van leven.

Ik ga de vierde deur aan de rechterzijde binnen. Dit was ooit mijn kamer en tot mijn verbijstering ís het mijn kamer. Het staat er nog allemaal: Stof, veel stof en een bedorven geur. Verschrompelde peuken in de glazen asbak. Ik zie in de kasten boeken staan die ik vergeten was. Ik zet mijn tas op de plek waar ik vroeger de tas neerzette als ik een weekend naar mijn ouders geweest was.

Ik schuif de gordijnen opzij om de deur naar het balkon te kunnen openen. Het is avond, het schijnsel van de lampen maakt de bomen tot een duistere aanwezigheid. De lucht die binnenkomt is klam. Dan gaat de telefoon op de gang. Als niemand opneemt, ga ik er zelf naar toe, maar als ik de hoorn van de haak neem, hoor ik een klik en is de verbinding verbroken. Ik loop door de gang naar de keuken - er is lekkage, er drupt water langs de wanden - om te kijken of er post is voor mij.

Ik zie mijn naam niet meer op het plankje staan, maar er is maar één plankje waar veel enveloppen liggen, die moeten wel voor mij zijn. Er is iemand achter mij binnen gekomen. Dus daar ben je na al die jaren. Ik zoek naar een redelijke verklaring voor mijn aanwezigheid, maar ik kan niets verzinnen. De onbekende is alweer weg of was zij het? Met de stapel post ga ik terug naar mijn kamer. Ik zie nog net iemand uit mijn kamer wegrennen.

Ik neem plaats achter de piano, doe de klep open en ik ga spelen. De piano klinkt alsof ze net gestemd is. Ik improviseer als in oude tijden. En ik speel, speel! Dan wordt het licht buiten. Kunt u uit strotten hoofden een sonate schrapen uit schroot hopen een symfonie puren van zuiver klank en kleur? Natuurlijk chargeer ik als het om The Beatles gaat. Natuurlijk hebben zij hun betekenis gehad in de popgeschiedenis.

Toch denk ik dat er een behoorlijke laag mythevorming is ontstaan dankzij kenners en liefhebbers die deze muziek aanbidden als ware gelovigen. Elke knullige modulatie, elke ritmische oneffenheid wordt dan gebrandmerkt als de genialiteit van John Lennon cs. Tot zulke bewieroking staat me een ruimere kennis van de muziekgeschiedenis in de weg. Ik word sowieso altijd wat meewarig wanneer door zogenaamde kenners allerlei popmuziek tot historische proporties wordt opgeblazen.

Vaak gaat hun kennis van de geschiedenis van de muziek al niet verder dan de jaren ' Wat er in de jazz gebeurde was vele malen interessanter, wat er bij Cage, Stockhausen, Boulez enz. Maar goed, The Beatles waren van betekenis voor de populaire muziek, voor het grote publiek, waarbij ik het moeilijk vind om die betekenis in de muziek te vinden. Er is wat elektronisch geëxperimenteerd, er is geknipt en geplakt met de sporenband, allemaal waar, heeft dat geleid tot een bijzonder muzikaal nummer?

In mijn oren niet. Misschien dat ik als tiener in van mijn stoel gevallen zou zijn, nu klinkt het me gedateerd in de oren. Zou zonder dat nummer geen Soft Machine of Pink Floyd hebben bestaan? Geen Frank Zappa een aantal jaren later?

Je weet dat ik van popmuziek hou en dat ik daarbij ook mijn slechte smaak heb. Je weet ook dat ik me enorm kan ergeren aan het voortdurend ophemelen in de media van de meest stupide muziek.

In de boekenwereld worden op die wijze ook elk jaar tientallen meesterwerken geboren, elke literatuurliefhebber haalt daar zijn schouders over op. Het is commercie, het is slim in de markt dumpen. Het is de muziekindustrie die voortdurend op zoek is naar de ultieme hit die verkoopt. Muzikaliteit is daarbij altijd als eerste het slachtoffer.

Binnen een paar weken is de geniale cd van Radiohead alweer ingeruild voor het volgende sublieme schijfje van die andere band van historische betekenis. Zolang we maar kopen en dat doen we, want we willen niets gemist hebben. Luister vooral naar The Beatles als je die muziek geweldig vindt!

Trek je helemaal niets van mijn gemopper aan. Ik weet als geen ander hoe persoonlijk een bepaalde liefde voor muziek kan zijn. Maar ik blijf me altijd realiseren dat zo'n liefde persoonlijk is en dat muzikale liefde doof kan maken. Behalve bij Bach natuurlijk. Het was een aangename zomergast, Tom Holkenborg. Had ik de voortekenen maar eerder herkend, dan had ik al snel beter geweten. Bas Heijne liet hem ruim aan het woord en wist het gesprek makkelijk op gang te houden.

Een verademing overigens, die Bas Heijne, na dat hopeloze gegrinnik van Joris Luyendijk voorgaande jaren.

Holkenborg wilde van de avond een compositie maken, een symfonie. Toe maar, dacht ik en ging er nog eens goed voor zitten. Daarbij wilde hij pertinent met The Beatles beginnen. Dat was een eerste voorteken. Ik heb helemaal niets met The Beatles. Ik begrijp dat ze in de muziekgeschiedenis hun betekenis hebben, maar voor mij is dat eerder buitenmuzikaal. Het muziekje dat ik gisteravond kreeg voorgeschoteld bevestigde mijn vooroordeel. Niets vernieuwend hoe komt Holkenborg er bij!

Heijne vroeg ergens waarom die muziek zo goed was. Holkenborg antwoordt iets in de trant van: Dat is zo'n antwoord vergelijkbaar met: Holkenborg vertelt over zijn lange weg naar roem in Los Angeles. Ik kan zijn enthousiasme voor dit soort masochisme niet volgen. Het gevecht om aan de top te komen zou hem creatief stimuleren, misschien het enige argument voor zo'n zelfkastijding.

Ik word nieuwsgierig naar zijn werk en ik word op mijn wenken bediend. Eerst krijgen we een fragment uit de film Blind van Tamar van den Dop zonder muziek en dan met de muziek van Holkenborg. Mijn teleurstelling kon niet groter zijn. Alsof hij wat papiertjes uit de afvalbak van Philipp Glass of John Adams gehaald had. Ik wens Holkenborg veel succes met zijn muziek in Los Angeles en laat hem daar vooral blijven.

Toch vond ik het dus een aangename aflevering, al haakte ik even na tienen af. Er werd tenminste enthousiast een geprek gevoerd. Het was de gebakken lucht van Holkenborg wat me uiteindelijk deed schateren, maar hij wist het met vuur te verkopen.

Dat zal hij wel in Los Angeles geleerd hebben. Hij had een merkwaardige manier van praten, Jaspar, het was alsof hij iets voordroeg, zwijgen deed hij niet graag en nu was duidelijk te horen dat hij een onwaarschijnlijk dwaas verhaal wilde gaan afsteken, God weet waar het allemaal over zou gaan, over plotselinge dood en vreemdelingen met gouden banden om hun voorhoofd en vaders die met hun dochters paarden en monsterlijke dieren en kinderroof en koninklijke gezanten die de spot dreven met God en de hele wereld, en draken en meesters van draken die met een touw werden opgehangen.

Een verhaal, zei Jaspar dan altijd, dat vertel je toch alleen maar opdat de mensen zich kunnen verwonderen. Wat maak je je druk over moslimfundamentalisten! Natuurlijk, het is zaak ons te beschermen tegen fanatici, uit welke hoek dan ook. Er zijn genoeg mensen die daar luidkeels aandacht aan besteden, dat hoef ik niet nog eens dunnetjes over te doen. En dan nog, wat zou ik kunnen bijdragen? Dat ik tegen geweld ben om je gelijk te halen?

Dat is voor mij zo vanzelfsprekend, ik zou niet weten waarom ik dat te pas en te onpas zou moeten herhalen. Nee, belangrijker is het voor mij om geregeld terug te komen op die andere bedreiging, een bedreiging die door veel mensen niet opgemerkt wordt: Het is het probleem van de vrijheid.

Het is het probleem van De Grote Verhalen die ten einde zijn. Het is het probleem van de dood van God. Er is geen Absolute Autoriteit meer, er zijn geen Idealen met gezag meer om voor te leven. Alles mag, alles kan, dat is waar deze vrijheid toe geleid heeft. Een vrijheid die tot stand is gekomen door af te breken, niet door op te bouwen. Doelgericht jazeker, maar al te vaak een economisch doel waarbij het louter gaat om vermeerderen van bezit, waarbij het er niet toe doet of het zinvol is of niet, of we er al of niet wijzer van worden.

Als het maar snel gebeurd. En alles is relatief, dus iedereen heeft gelijk, want waaraan zou je iemands gelijk moeten afmeten? Alles wat ingewikkeld of moeilijk is, is dan zinloos. Als het maar onderhoudend is en leuk, als het maar marktwaarde heeft. Alleen zelfbevrediging vinden in consumentisme. Wie rijk en beroemd zijn, zijn voorbeeldig en van belang. Dat het alleen gezellig en feestelijk kan zijn als we ons verdoven met drank en drugs. Iedereen voor zichzelf en niemand voor allen.

Wat is de waarde van vrijheid als het alles wat van waarde is waardeloos maakt, behalve dan datgene dat louter economische waarde heeft? Schaamteloos en zonder scrupules? In een wereld waar zelfs intellectuelen de woorden waarheid, goedheid en schoonheid niet zonder bittere ironie in de mond durven nemen? Weet jij het antwoord hierop R.? Ik weet het antwoord niet. Al bestaat misschien de waarheid niet meer, ik meen toch dat er waarheid is.

Al is God dood, ik denk toch dat sommige handelingen goed doen en andere kwaad. En al is er geen ijkpunt voor absolute schoonheid, ik ervaar toch schoonheid en lelijkheid. Moeten we de peilers van onze cultuur niet beschermen tegen slechte smaak, domheid en agressie? Wat blijft er over wanneer cultuur en beschaving het onderspit delven? Als het antwoord op de laatste vraag is het totalitarisme van oppervlakkigheid, een wereld waar het recht van de sterkste heerst, waar louter de dierlijke driften nog woeden in de mens, dan denk ik, dat ik halsstarrig mijn weg moet blijven gaan, hier en in het dagelijkse leven.

Uitdragen dat rijkdom niet zit in de koers van je aandeel, in de laatste aankoop in de koopgoot, maar in waarheid, schoonheid en goedheid. Dat er nog zoiets archaïsch bestaat als menselijke waardigheid.

Zonder ironie, zonder cynisme. Nee, mijn beste R. Het zal uitdoven als een nachtkaars als wij onszelf niet weten te overwinnen. Als ik met mijn teksten in de virtuele wereld enig verschil kan maken, dan is het waard om te blijven schrijven, hoe onhandig en marginaal ook. Het is een zoektocht naar wat de mens menselijk maakt en waar kun je beter zoeken dan in jezelf? Ik keek naar de sporen die achter de horizon verdwenen. Dat is het leven, dacht ik. Niet de trein die aankomt op een station, maar het spoor waarover de trein aankomt of passeert.

Ik glimlach om deze afgesleten gedachten. Allerlei associaties komen op en in gedachten bewerk ik ze. Hier konnte niemand sonst Einlaß erhalten, denn dieser Eisenbahn war nur für dich bestimmt.

Ich gehe jetzt und schließe ihn. Een ieder zijn eigen spoorweg. Het beeld bevalt me niet, een spoorbaan ligt immers vast, alsof je geen keus hebt. Nee, dan dat verhaal van dat jongetje die de rijke advocaat de weg wees zie De docent Nederlands had een doos vol met gedichten op briefjes meegenomen, hij gooide ze op de grond. We moesten allemaal drie gedichten uitzoeken en in een werkstuk bespreken.

Daarnaast moesten we zelf drie gedichten schrijven en vertellen hoe we tot die gedichten gekomen waren. Ik koos drie prenten van Escher en al fietsend naar huis verzon ik er gedichten bij. Helaas heb ik ze niet meer, ik liet ze lezen aan een godsdienstleraar en ik heb ze nooit terug gekregen. Ik herinner me vooral één prent. Het gedicht ging over de mensen die maar achter elkaar aanliepen in de veronderstelling vooruit te komen, maar dat ik juist die ene wilde zijn, die ene daaronder op de trap, turend in de verte, buiten het kader.

Misschien herinner ik me dit vooral omdat mijn docent Nederlands zo complimenteus reageerde. Al vond hij mijn gedichten te expliciet, toch vond hij ook dat ze een filosofische inslag hadden, die van het scepticisme. Mijn ego was gestreeld, al wist ik toen niet wat het scepticisme nu eigenlijk inhield, ik besloot dat het bij mij zou passen.

Nog steeds, want de paradox bevalt mij: Omdat zij eenvoudigweg niet bestaat. De waarheid, dat is iets dat afgeschaft dient te worden. Jazeker, waarde Heraclitus, u heeft gelijk: Maar wat ik moet ik daarmee in een platte wereld?

Een wereld met spoorbanen die aan de horizon verdwijnen. Liever dan de trein te nemen zou ik op het bankje op het perron willen zitten, de treinen aan mij voorbij laten gaan en in de verte turen.

Maar ik ben veertig en ik moet maatschappelijk verantwoord zijn, dus ik stap in. Die spoorbaan, die ligt er gewoon. Na de verhuizing is mijn werkroute deels veranderd. Het station waar nu mijn treinreis begint is klein: Of ik nu naar links kijk of naar rechts, de sporen lopen kaarsrecht naar de horizon.

Als ik al niet gewaarschuwd werd door de herrie van de spoorwegovergang dan zag ik wel de lichten van de trein al in de verte. De sneltreinen denderen vervaarlijk langs, stoptreinen remmen met veel ruis totdat ze piepend tot stilstand komen. Ik ben niet de enige die op de eerste stoptrein wacht. Elke ochtend komen er dezelfde mensen. De meesten nemen daarbij dezelfde houding aan: Of ze verstoppen zich?

Waarom groeten we elkaar niet, we zien elkaar elke werkdag? Toch word ik vanuit de ooghoeken vast opgemerkt, als nieuwkomer.

De trein is nog geen ochtend op tijd geweest. Het is niet erg, want ik heb voldoende tijd in U. Daar volg ik dan weer mijn oude route, de route die bij het oude huis hoorde. Soms kijk ik vanaf het perron de trap af naar beneden of ik mezelf zie arriveren.

Maar nee, ik zie alleen de vertrouwde gezichten, altijd aankomend met hetzelfde loopje, wachtend op hetzelfde plekje, lezend in hetzelfde krantje. Er is niets veranderd. Terwijl de dozen het nieuwe huis werden binnen gedragen, vroeg ik me geregeld af wie we toch aan het verhuizen waren? Over een tijdje zou dan alles voorbij zijn en we weer naar ons oude huis gaan.

Dankzij de hulp die we hadden, wisten we snel het huis leefbaar te maken. We verbaasden ons erover hoe snel we er vertrouwd raakten, hoe snel we ons er thuis gingen voelen. Bijna voelde ik me schuldig aan verraad aan het oude huis, dat we het hadden ingeruild, dat ik er niet rouwig om kon zijn.

Het is een verademing. De rust, de ruimte, het groen. Ik kijk vanuit een stoel naar buiten en ik zie een grasveld met daar twee imposante bomen. De twee broers noem ik ze.

Hochgewölbte Blätterkronen, Baldachine von Smaragd Heerlijk, hier kan het vallen, de stilte. Om zeven uur 's ochtends zou het beginnen en inderdaad, even voor zevenen kwam de eerste verhuiswagen de straat in, even later gevolgd door een tweede. We konden ontbijten bij de buurvrouw en later brachten we de jongsten naar het kinderdagverblijf. Ze werkten van boven naar beneden.

Zo zag ik mijn inboedel via een lift vanaf de eerste verdieping de vrachtwagen ingaan. De man in de vrachtwagen maakte er een puzzel van: De verhuizers waren vriendelijk, maar ze liepen ook te mopperen. Er was een man minder gekomen en er werd druk gebeld om extra mankracht.

Zo liep ik dan door een leeg huis. Daar hadden we bijna negen jaar geleefd. Nu restte er nog slechts de vlekken op de muren, het stof vanonder de kasten en de piano en de akoestiek van een leeg huis. Bij het schoonmaken voelde het al niet meer mijn huis. Twee dagen later zou een eenvoudige handtekening dat gevoel officieel maken. De nieuwe bewoners namen de sleutels in ontvangst, nu is het hun huis. Toch zal er iets aan ons oude adres blijven herinneren. Onze oude straat was vernoemd naar een in Harlingen geboren katholiek priester die zich in Utrecht bekeerde tot de protestantse kerk.

Aan het einde van zijn leven werd Herman Eelkes mennoniet en keerde terug naar Harlingen waar hij waarschijnlijk na overleed. Voorlopig zal in ieder geval het adres van mijn website nog aan de Hermannus Elconiusstraat blijven herinneren. Toen de generatie waartoe ik behoor werd geboren, trof zij een wereld aan die mensen met hersenen en een hart geen enkele steun bood. Het destructieve werk van de voorafgaande generaties had ertoe geleid dat de wereld waarin wij werden geboren ons geen zekerheid te bieden had op religieus vlak, geen hulp op moreel vlak en geen rust op politiek vlak.

Wij werden geboren toen de metafysische angst, morele beklemming en politieke onrust reeds volop heersten. Dronken van uiterlijke formules, van de zuivere methoden van rede en wetenschap, hadden de generaties vóór ons alle fundamenten onder het christelijke geloof weggeslagen, want hun bijbelkritiek, die van tekstkritiek was geëvolueerd tot mythologiekritiek, had de evangelies en de eerdere boeken van de joden herleid tot een losse verzameling mythen, legenden en gewoon literatuur; hun wetenschappelijke kritiek wees puntsgewijs de fouten en grote naïviteiten van de primitieve 'wetenschap' van de evangelies aan; en de vrijheid van spreken, die alle metafysische problemen ter discussie stelde, veegde daarmee tegelijk de religieuze problemen weg voorzover die metafysisch waren.

Dronken van een vaag iets genaamd 'feitelijkheid' bekritiseerden de generaties de hele moraal en onderwierpen zij alle leefregels aan een diepgaand onderzoek, en na die botsing van doctrines bleven alleen de zekerheid dat er geen zekerheid was en de pijn van die zekerheid over. Een dermate op haar culturele grondvesten wankelende samenleving kon op politiek vlak uiteraard slechts slachtoffer worden van die ongedisciplineerdheid; en zo ontwaakten wij in een wereld die hunkerde naar sociale vernieuwingen en opgewekt uitrukte voor de verovering van een vrijheid waarvan ze niet wist waaruit deze bestond, en een vooruitgang die ze nooit had gedefinieerd.

Maar terwijl het grove criticisme van onze ouders het ons onmogelijk maakte om nog christen te zijn, erfden we niet hun tevredenheid daarover; terwijl het ons het ongeloof in de heersende morele begrippen naliet, liet het ons niet de onverschilligheid jegens de moraal en de regels om menselijk te leven na; terwijl het het politieke probleem onopgelost liet, maakte het onze geest daar niet ongevoelig voor.

Onze ouders vernielden vrolijk en blij, want zij leefden in een tijdperk dat nog de weerschijn van een solide verleden bevatte. Zij richtten hun vernielzucht juist op datgene wat de samenleving kracht verleende en het hun mogelijk maakte te vernielen zonder het gebouw in zijn voegen te horen kraken.

Wij hebben de vernieling en haar gevolgen geërfd. In het huidige leven behoort de wereld alleen aan de dommen, de gevoellozen en de druktemakers. Het recht om te leven en te triomferen verovert men heden ten dage bijna op dezelfde manier als waarop men opsluiting in een gekkenhuis gedaan krijgt: Op de heenweg ging ik door de polders, de weg langs Lelystad.

Kilometers onder de dijk door. Ik kijk op naar de enorme windmolens die er zijn geplaatst. Landschap gemaakt op tekentafels met linialen. Ik ken het landschap maar al te goed, mijn vader bracht me vroeger soms met de auto terug naar mijn studentenleven, dan hoefde ik niet met de trein en maakte hij van de gelegenheid gebruik om zijn moeder te bezoeken. Nu ben ik op weg naar mijn moeder en zit mijn oudste zoon naast mij.

Hij heeft een Harry Potter op schoot, hij wil alle Potters achterelkaar lezen. Maar niet in de auto, dan wordt hij misselijk. Ik las ook nooit in de auto, ik genoot van het landschap, hoe gecultiveerd ook. Ik denk weer aan Pessoa, hoe zijn boek me ergens bewust van maakt. Lezen is ook een vorm van zelfonderzoek. Ik ben mijn pessimisme kwijt. Hoe is dat zo gekomen? Waar is mijn somberheid gebleven, waarom zie ik het leven eigenlijk weer zitten? Wat maakt dat ik de laatste jaren durf te hopen dat de mogelijkheid bestaat, dat het allemaal weer goed komt.

Met mij, met de mensen en de wereld. Er klinkt Bach in de auto en luidkeels zing ik vrolijk één van mijn favoriete aria's mee: Mijn zoon kijkt me verwondert aan, dat ik dat zomaar kan meezingen. De brug over het Keteldiep is open, althans het verkeer aan mijn kant staat stil, aan de andere kant komen de auto's alweer enthousiast optrekkend voorbij.

Er stappen mensen uit, ik besluit de auto maar uit te zetten en te wachten op wat komen gaat. Waarom kunnen we niet rijden? Ik weet het niet, ik hoef het niet te weten.

Als we Friesland inrijden, het panorama over de meren, kom ik weer een beetje thuis. Hoe weinig Fries ik ook ben, dit is mijn landschap, hier ben ik kind geweest.

Ik bezoek de vrouw die mij op de wereld gezet heeft, mijn moeder. Ik wil haar nog even zien voordat ze het ziekenhuis ingaat om geopereerd te worden aan baarmoederhalskanker. Zoals altijd wordt er niet over emoties gepraat. Ik weet dat ze bang is, maar ik weet ook dat ze wil vechten, dat ze wil blijven hopen, dat ze wil weten wat er van de kleinkinderen zal worden. Ik zou voor haar willen bidden, maar dat kan ik allang niet meer. Het waait hard, ik moet het stuur stevig vasthouden.

Schweig, schweig nur, taumelnde Vernunft! De troost van de muziek van Bach. En de humor van de onbedoeld knullige teksten: Het is het vaderschap, beste Fernando, het vaderschap! Hoe kan ik nog pessimist zijn als ik kinderen op de wereld zet? Dan moet je toch het vertrouwen hebben dat het leven waard is geleefd te worden? Zonder dat vertrouwen is het ouderschap immoreel. Het gaat er ook niet om of het leven doel heeft, of het leven zin heeft.

De zin van de vragen naar het ware, het goede en het schone zit 'm niet in het juiste antwoord, maar in het stellen van de vraag en de oneindig aantal mogelijke antwoorden. Elk kind dat op de wereld wordt gezet is in potentie een antwoord. Duim maar voor me, zegt mijn moeder, als ik haar nogmaals ten afscheid zoen. Ik zal aan je denken, zeg ik. Ik rij de straat in waar mijn huis staat dat steeds minder mijn huis is.

Nog een paar dagen. De kinderen uit de buurt spelen op de stoep. Ik zie mijn vrouw met onze kleine dochter op de arm, onze kleine jongen fietst fanatiek op zijn driewieler, roept daar is papa! Ik ben weer thuis. Het voelt als een oude traditie die in ere hersteld wordt.





Pijpende homo goedkope escorts

  • En ach, mopperen hoorde er nu eenmaal bij op de laagste etage.
  • SEXMAATJE GEZOCHT MEGA PIK
  • 770
  • Thuisontvangst goes bejaardesex




Privé vrouwen vette wijven